Achtergrond
Lied
Oproep
Kerncijfers
Kaart
Luchtfoto
Gemeentebericht
Buiten Gewoon Beter
Stichting Geluidshinder
Adresboek
Afvalwijzer
Agenda
Buurtbemiddeling
Uitvaartzorg
Vraag & Aanbod
Recent
Historisch
Callunastraat sept. 1944
Twee Airborne Parachutisten
Winkels Heijenoord
Muurtje trekken
Sleetje rijden
Rozenstraat
De tragische dood
Oude herinneringen
Bakkerij Schonis
Links

Tot aan zijn overlijden in 2003 woonde J. Boersema, mijn vader op dit adres. Van september 1944 tot voorjaar 1946 zat de familie gedwongen, eerst door de Duitsers, daarna door zijn ziek zijn, elders.

In een brief aan familie in het Noorden beschrijft hij de gebeurtenissen in de Callunastraat in september 1944. Pa schrijft dit vanuit een noodziekenhuis in Ermelo, waar hij op dat moment ligt te kuren. Hij is daar met pleuritus opgenomen.
Toelichting: Tjaarke is zijn vrouw en Japie het zoontje van 10 maanden.

Geliefde familie,

Tjonge, wat is dat een tijd geweest vanaf september van het vorige jaar vooral hier in ’t Zuiden. Elke dag is gevaar wat betreft vrijheid en leven vooral voor ons jonge mannen. In Arnhem herbergden we de laatste tijd een onderduiker die door de SD werd gezocht: iemand van de marechaussee. Hij is momenteel (juni 1945) rechercheur in Velp. De man die hem voor ons onderdak verschaft heeft, heeft het met de dood moeten bekopen. 16 september moesten we in de IJssellinie werken of je huis werd opgeblazen. Dan het huis maar de lucht in, werken nooit. Dus onderduiken!

Gelukkig kwamen de Engelsen de volgende dag bij grote hoeveelheden uit de lucht vallen zodat het geblaas van die Moffen niet kon worden uitgevoerd*). Een week lang heeft het toen Engelsen en wapens en munitie geregend. Soms heel dicht bij de Stad zoo zelfs dat de parachutes in onze straten neerkwamen. Er hingen soms wel 200 tegelijk in de lucht. ’n Prachtig gezicht. Vele parachutes werden echter ook doorschoten en de tommy’s die eraan hingen vielen natuurlijk morsdood.

Uit een parachute-korf met levensmiddelen die anders toch maar in moffenhanden zou vallen hebben we nog echte thee, chocolade, biscuits en cornedbeef gesnoept. Het duurde niet lang of onze buurt was één slagveld. Straatgevechten werden gehoord. Zoiets als jullie daar vroeger vaak meemaakten om de boerderij maar alleen een beetje echter. Echte vijanden en echte kogels. ’t Resultaat was ook echte doden en gewonden.

De straatjes die op de Oranjestraat uitkomen zijn soms wel zes keer van moffenhanden in Engelse handen en omgekeerd overgegaan. Daar op het pleintje waar onze groenteboer woonde (bij de badinrichting) lag het bezaaid vooral met dode SS-mannen. Die hele buurt aan de overkant van het spoor is praktisch verwoest. De gezinnen woonden later in de gevangenis. In iedere cel een gezin. Deze moest echter ook al gauw ontruimd worden. ´k Heb één van die transporten gezien dat dicht bij ons verongelukte. Hier lagen de benen van melkboer Blom en daar de armen van de sigarenhandelaar Kats, het paard dood, midden over de weg.

Die buurt werd vanuit onze straten kapot geschoten. Daar stonden tanks te bulderen alsof er een tankslag gaande was. Achter ons tussen een bonenhaag verscholen stond een kanon te vuren. Onder onze ramen lagen moffen te schieten soms op moffen geloof ik. ’s Nachts in het pikkedonker werd maar doorgevochten. We hadden bij ons huis een schuilkelder ingericht. Tante weet wel dat we tussen keuken en schuur een overdekt plaatsje hadden met een betonnen vloertje. Dat hebben we samen ondergraven. We waren er nogal tevreden over.

Op een nacht werden we wakker door een geweldige knal en een gerammel van scherven op ons dak. We sliepen beneden op de grond met de zondagse kleren aan; die hebben we trouwens drie weken aaneen niet uitgehad toen. Gauw in de kelder buiten. En ja hoor daar had je het weer moffengranaten. Je hoorde ze aan komen gieren en je zat angstig te wachten op de explosie. Gelukkig deze niet bij ons maar wat zou de volgende brengen. De luchtdruk drong steeds in onze schuilplaats door. Telkens kromp je ineen als er weer zo’n ding aan kwam gieren. Toen kwam er een die we bijna niet hoorden maar die op geen 5 meter afstand van ons explodeerde.

Alle ramen achter bij ons en bij Van Harderwijk (de buren op nr. 34) waren tegelijk in stukken. Zand kwam onze schuilkelder binnen maar ook... gas. Onze schuilplaats had ons goed beschermd maar wat had je nu nog aan een schuilkelder vol gas? We begonnen te hoesten en proesten en moesten er wel onmiddellijk uit. In huis, jawel maar alle ramen defect dus overal gas. Eindelijk met elkaar in de W.C. waar het alleen gasvrij was (drie volwassenen en een kind!). Toen we wat bijkwamen zijn we omdat het gas eindelijk wegtrok voorin de gang gaan staan. We dachten hier veilig te zijn omdat de granaten alle van achter kwamen. Deze plaats werd ons echter noodlottig. Het huis aan de overzijde werd toen door een voltreffer geraakt: twee doden (twee oudjes die naast elkaar op de divan zaten).

Van deze granaat kregen wij 12 stukken door onze voordeur heen. We zagen alle vuurverschijnselen. Tjaarke kreeg drie scherven, twee door haar mantelzoom rakelings langs haar benen een derde hoger op door mantel en kleren heen afstuitend gelukkig op een balein van haar korset. Een kneusplekje in de rug en een ietwat door de luchtdruk geforceerde rug was alles. Een andere scherf sloeg een tegel uit de gangmuur die bij Japie in de kinderwagen terecht kwam. Deze scherf trof mij vermoedelijk via de tegel en wondde mij aan mijn keel. Ik had het gevoel of mijn keel weggeslagen werd, met zoveel kracht kwam het aan en bovendien was de scherf heet.

Japie en de onderduiker waren niet getroffen. We durfden toen niet langer blijven, zijn midden in den nacht de straat op gevlucht. We zijn daarbij over een blindganger in het trottoir heen gekomen zoals we de volgende dag zagen toen er een rode vlag bij stond. Mijn keel werd door een zuster verbonden. Gelukkig was de wond echter al gauw weer genezen. De granaat die ons trof sloeg natuurlijk alle ruiten aan de voorkant in. De kamerwanden en ook sommige meubelen staken vol ijzerbrokken.

Dat gas, wat dat was? Wel Van Harderwijk had buiten twee metalen cylinders met zwaveldioxide liggen. Deze ijzeren flessen werden ook door scherven doorboord en stroomden leeg in onze richting. We hadden maar twee gasmaskers in huis en vier mensen. Japie kon je toch niet één opzetten, daar had je dus weinig aan. We hebben de volgende dag alles dichtgespijkerd met planken en hebben onze kleren op ingenieuze wijze weggestopt onder de keukenvloer. Dat vinden ze nooit zeiden we tegen elkander.

Ze hebben die mooie parketvloer op goed geluk domweg opengehakt die lummels en hadden het maar voor ´t meenemen. Alles lag netjes gesorteerd en ingepakt. Alle jurken en mantels van Tjaarke, de pakken en het duffeltje van mij (in oude regenjassen geknoopt), alle linnengoed, alle ondergoed, de babyuitzet, mijn laboratoriumjassen, de radio in fabrieksverpakking, mijn kofferschrijfmachine, de stofzuiger, passerdoos en rekenschuiven.

Alle kasten en laden hebben ze verder opengehakt en leeggehaald. De grote meubelstukken zijn nog ten dele aanwezig. We moesten na de vlucht uit ons huis ook al gauw uit Arnhem evacueren. Eerst, ´s zondags, ging het toen naar Velp. Daar hebben we 10 dagen in een onderwijzersgezin vertoefd, daarna naar Schaarsbergen waar we kort op een verlaten boerderij hebben gewoond maar waar het veel te gevaarlijk bleek. We zaten te dicht op het vliegveld Deelen.

Toen ging het van de ene plaats naar de andere, Otterlo, Garderen, Nijkerk. Steeds werden we maar doorgestuurd totdat we in Zevenhuizen bij Amersfoort in een klein boerengehucht werden ingekwartierd. Later belandden we in een pastorie in Bunschoten. Daar hebben de moffen eens de hele pastorie voor mij afgezocht. Ik had daar zo’n mooie schuilplaats gebouwd; twee dagen heb ik er aan gewerkt; de dominee kon er ook bij in als het nodig was. ´k Heb de mof voor de ingang staan horen hijgen (20 cm van me vandaan) door zijn snelle traplopen.

Ik lag inmiddels al drie maanden met vochtige pleuritis in bed en kon dat vluchten van de bovenslaapkamer naar de kelder tenslotte niet meer verdragen omdat absolute rust me was voorgeschreven. We zijn toen op verzoek naar Ermelo vervoerd in een Rode Kruis-auto. Hier lig ik nu al weer zes weken in het Noodziekenhuis.

Inmiddels is Nederland bevrijd.

Tjaarke en Japie hebben een paar kamers in een pension dicht in de buurt. Vrijdag jl. ben ik naar Harderwijk geweest om door een specialist te worden onderzocht. Hij was niet ontevreden maar raadde mij voor blijvend herstel aan de rustkuur nog zes maanden voort te zetten. Dat was een grote teleurstelling. Alle Arnhemmers kunnen terug en als zieke word ik nu niet toegelaten. Tjaarke gaat met Japie naar haar ouders in Hoogkerk bij Groningen.

Met onze zaak (KEMA) is het ook niet best gesteld. Alle instrumenten weggestolen evenals het meubilair en de gebouwen beschadigd en vernield. De Professor zegt wel twee jaar nodig te hebben voor er weer normaal kan worden gewerkt. Erg hè? De verwoestingen in de stad zijn onbeschrijfelijk en alles is geplunderd. U moet begrijpen aan de Kema werd zelfs een generator-rotor van 10.000 kg, 10 ton dus, gestolen. Papieren, een voet dik, over de grond uitgestrooid en met inkt begoten.
Ons huis zal voorlopig wel door een ander worden bewoond.

Dat blok aan het begin van de Callunastraat, waarin Adam en Sets woonden is helemaal afgebrand vanaf die kruidenierswinkel op de hoek tot het tweede blok.

Was getekend,

J. Boersema

* Ook voor elf gevangenen kwam dit op tijd.


Onze onderduiker was mede verantwoordelijk voor het opblazen van het viaduct aan de Schaapsdrift.




Na het verschijnen van bijgaande oproep wilde hij zich aangeven.




De vrouw van de verzetsman uit Velp heeft hem bewogen dit vooral niet te doen. “Mijn man hebben ze en jou krijgen ze erbij….”




Startpagina | Sitemap | Disclaimer